Het lijkt of alles in beklemming wacht op een uitbarsting van geweld weet wel, dat er met veel enthousiasme aan begonnen is. Van de resultaten heb ik ver der niets gehoord. Maar of deze methode het gehaald heeft of niet, het doet er niet toe: de bedoeling, het idee is voortreffelijk. Omdat het immers uitgaat van een vanzelf sprekende eigenschap van een christelijk volle naastenliefde. De 'adoptie' van een paupers gezin door een societygezin zou hetzelfde succes kunnen opleveren. Zulle een handelwijze zou niet eens verdienstelijk zijn of bewondering moeten verdie nen: zij zou vanzelf moeten spreken. Maar de opvatting ten aanzien van zo'n handelwijze is bekend: men is niet gek! Het is gewoon belachelijk om daaraan te denken. Generositeit bestaat niet meer, ongeorganiseerde wel te verstaan. Men doet zulke dingen in de laatste tijd wat beschaafder: met liefdadigheidbals en fancy-fairs. 'A cheque for a kiss', enzo voort. Vroeger, toen die liefdadigheidsbals en edelmoedige intekenlijsten nog niet bestonden, bestond de individuele genero siteit nog wel. Ik herinner me tenminste uit mijn jeugd nog wel van die boeken die later als braaf betiteld werden, waarin het voor name gezin De Graafï zich steeds het lot aantrok van Kees de Klompenmaker en de zijnen. 'Dag Kees. Hoe gaet het?' Kees tikte beleefd aan zijn petje. 'Bestig meneer. Ik dank u wel!' En dan verder de hele raffeldaffel van de aangeboden en knetterdankbaar geaccepteerde en gesa voureerde sigaar. En de belofte van de oude schoenen van de jongeheer Adolf, de oude gordijntjes, ergens op zolder, et cete ra, et cetera. Sjongejonge, je jongenshart liep vol en je verlangde er toch ook naar bij gelegenheid de edelman uit te hangen en zonder baard voor Sinterklaas te spelen, niet eens in het jaar, maar zo los jesweg bij een wandeling door het dorpje. En als je tot de armelui behoorde, dan hoopte je er toch wel op, eens ook een keertje tegen zo'n verduiveld sympathieke dokter te lopen, die je meenam voor een ritje in zijn glan zende koets. Wie nu een eenvoudig jonge tje in zijn Buick meeneemt, wordt aangegeven bij de zedenpolitie! Maar gelukkig denkt niemand aan zulk een edel aardige gedachte. Zo'n vuilakje in je wagen? Pas op voor de luizen! Het komt trouwens niet voor dat deftige mensen wandelingen maken door het dorp (de kampong). Verbeeld je dat je er gesig naleerd werd. Er is maar een conclusie mogelijk! De laatste meneer, die ik het regelmatig zag doen, was een hoofdadministrateur van een ondernemingscomplex in Zuid- Sumatra. Die maakte geregeld zo'n wan delingetje door de kampong om hier en daar een praatje aan te knopen. Het was een echte Amsterdamse jongen en hij sprak Amsterdams, Hollands, Engels, Duits, Frans, Maleis, Javaans, Soendanees en Madoerees. Vloeiend. Hij had op die wandelingen altijd centen, stuivers en gobangs in zijn zakken, alsmede losse siga retten. En hij placht te zeggen: 'Dit is de goedkoopste talencursus en de goedkoop ste academische opleiding in de ethnologie, die er bestaat op de wereld.' Ook van deze man werden 'natuurlijk' allerlei verhalen verteld en even natuurlijk nooit in zijn gezicht. Maar hij zal geweten hebben dat men dat van hem dacht. Het liet hem volmaakt onverschillig. Ik zelf heb ook nooit geweten of die verhalen waar waren of niet. Maar ik kon ze van hem accepteren. Ook al zouden op die man een paar zwarte streepjes zitten, het blanke vel van zijn mooie levensinstelling was groot genoeg om ze te kunnen hebben. Maar dit ras sterft uit. En er komen meer naaktlopers. Zelfs bij de heropbouw. Omdat deze opgezet is en uitgevoerd wordt met een kasboek en een rekenliniaal. En meer niet! moessOn 16

Moesson Digitaal Tijdschriftenarchief

Moesson | 2000 | | pagina 16