Jachtvlieger Ruud Idzerda van deserteur tot schout-bij-nacht In de oorlog moest hij twee keer uit zijn vliegtuig springen om zijn leven te redden. Hij had door de Japanners onthoofd kunnen worden of kunnen wegkwijnen onder de miljarden malariamuggen in het hete hart van Nieuw-Guinea. Maar terwijl dertien van zijn vlieger-maten omkwamen in de oorlog om Indië, is jachtvlieger Ruud Idzerda nog springlevend. Hij is 83 jaar, ziet er zeker tien jaar jonger uit en leeft als een God in Frankrijk. DOOR HENK HOVINGA O FOTOGRAFIE SERGE LIGTENBERG/PRIVÉ-COLLECTIE Het was echt pikkedonker nd toen ik takken voelde, j mij neergekomen. Samen Springen voor je leven De eerste keer dat hij zijn leven vastknoopte aan een parachute was in 1943 tijdens een trainingsvlucht in een kleine Harvard AT6 boven Florida. 'Plotseling werden we overvallen door een inktzwarte hur ricane. We probeerden te vluchten maar niemand wist welke koers dat ding zou volgen. En ik had pech, want ik vloog er midden in. Het was vreselijk. Een paar keer ben ik op m'n rug gegooid, het bliksemde als de hel en het werd pikdonker. Toen de benzine dreigde op te raken, brulde ik tegen co-vlieger Jan dat we moesten springen. Dat betekent dat je je vliegtuig eerst op z'n rug moet leggen want anders krijg je bij het springen een klap van de staart. Bij Jan ging dat allemaal volgens het boekje. Maar toen ikzelf alles los had gemaakt en de kap open deed om er zo uit te vallen, schoof die kap om een of andere reden weer dicht. Ik lag dus op m'n rug te spartelen in die kap. Na veel getrek en geduw kreeg ik het ding uiteindelijk open, viel er uit, trok aan het parachute- koord en dwarrelde naar beneden. Doodeng. en ik merkte pas dat ik in een boom was gela gelukkig vlak boven de grond. Jan was vlakbij mij n zijn we toen maar gaan lopen door dat donkere bos totdat we ergens lichtjes zagen opdoemen. Geronseld door de marine Geboren in Soerabaja en op zijn zeventiende in Semarang in het bezit van zijn hbs-diploma, wilde de jonge Rudy medicijnen studeren in Batavia. Maar daar staken de oprukkende Japanners een stokje voor. april 2007 45

Moesson Digitaal Tijdschriftenarchief

Moesson | 2007 | | pagina 45