'Ik voelde drie klappen,
het vliegtuig begon te
rollen en ik zag een groot gat in
mijn bakboordvleugel'
Lt.-Gouveneur-Generaal
Van Mook schudt de hand
van jachtvlieger Idzerda
tijdens een bezoek aan het
120 Squadron in Merauke op
Nieuw-Guinea. Links achter
Van Mook de squadroncom
mandant majoorvlieger Hans
Maurenbrecher.
van het eiland Biak bij de noordpunt van Nieuw-Guinea. Een klein jaar
later wordt het hele 120 Squadron naar Biak overgeplaatst. Voor de
vliegers betekent dat feest. Eindelijk zijn ze verlost van de drukkende
eenzaamheid van Merauke. Op Biak wemelt het van de Amerikanen. En
die willen maar al te graag al hun goede spullen ruilen voor de whisky
die de Nederlandse vliegers maandelijks van hun Australische bazen
krijgen. Van hun eigen bevelhebber, generaal MacArthur, krijgen de
Amerikanen geen druppel drank. Dus slapen Ruud Idzerda en zijn ma
ten al snel in goede Amerikaanse tenten met houten vloertjes en eten
zij van de veel smakelijker Amerikaanse rantsoenen.
Helaas, de oorlog is nog niet afgelopen. In Manokwari, hoofdstad van
wat vroeger De Vogelkop heette, proberen zo'n vijftienduizend Japan
ners de gestage opmars van de Amerikanen een halt toe te roepen.
En dus worden ook de vliegers van het 120 Squadron ingeschakeld om
dagelijks de Japanners in en rond Manokwari te bestoken.
'Dat ging zo', zegt Ruud Idzerda, 'vanaf Biak startten we meestal met
een volle buik- of bellytank en twee of vier bommen, twee 500-ponders
of vier 250-ponders. Dichtbij het doel wierpen we eerst de bellytank af
want als daar nog benzinedamp in zat, kon je natuurlijk ontploffen als je
geraakt werd door hun afweergeschut. Het gevaar was overigens aan
vankelijk niet zo groot want we zaten hoog en onze Kittyhawks waren
maar klein. Boven het doel ging je dan bijna loodrecht naar beneden,
gooide je bommen af, schoot met je zes mitrailleurs op gronddoelen en
trok je zo snel mogelijk weer op, richting zee. Als je werd geraakt, had je
boven zee nog een kans dat je door een Amerikaanse reddings-Catalina
werd opgepikt. Die noemden wij Playmate. Maar als je werd neergescho
ten boven land maakten de Jappanners korte metten met je. Zo zijn er
nog heel wat van mijn collega's gruwelijk aan hun eind gekomen.'
Sprong in het oerwoud
'Idz' zoals hij dikwijls wordt genoemd door zijn collega, heeft meestal
een beschermengeltje op zijn schouder als hij de vijand tegemoet vliegt.
Maar één keer gaat het mis.
Het is 9 juli 1945 als de P-40
van Idzerda in de buurt van
Manokwari drie keer achter
elkaar wordt geraakt:
'Ik voelde drie klappen, het
vliegtuig begon te rollen en
ik zag een groot gekruld gat
in m'n bakboordvleugel. Met
de grootste moeite heb ik
het vliegtuig recht kun
nen krijgen. Daarna heb ik
m'n riem losgemaakt en de
stuurknuppel ermee vastgebonden. Maar de motor draaide nog. Op
weg naar de zee kwam ik de 'Playmate', het reddingstoestel tegen.
Met m'n kapotte radio kon ik niet zenden, maar ik kon Playmate wel
ontvangen. En ik hoorde hem zeggen dat m'n halve staart er af was.
Zelf kon ik dat niet zien natuurlijk. Ik probeerde de richting Biak aan
te houden, maar onderweg kwam ik een geweldige tropische on
weerswolk tegen waar ik onmogelijk doorheen kon. Ik moest er dus
omheen en kwam zo weer boven land terecht, dat wil zeggen boven
het oerwoud. En daar begon de motor te sputteren. Het derde schot
had m'n benzinetank doorboord. Gelukkig is de boel niet ontploft,
maar de tank was intussen leeg, ik moest wel naar beneden. Dat be
tekende, voor de tweede keer in m'n leven... springen! En weer kwam
ik in een boom terecht, een hoge ditmaal maar nu was het tenminste
licht. Ik klom voorzichtig naar beneden en ben gaan lopen in de rich
ting van de kust. Want in het bos word je nooit gevonden natuurlijk.
Het was een rare gewaarwording, zo in je dooie eentje in de jungle.
Toen het donker werd, installeerde ik me voor de nacht op een plek
waar ik me kon verschuilen onder die grote planten met wat wij toen
'olifantsoren' noemden. Maar eerst moest ik drinken. Dat wil zeggen,
een kuiltje maken in de grond, een paar ontsmettingstabletten doen in
het opkomende water en dan maar slurpen, op je knieën. Toen ik daar-
48
moesson