ons huis! Ik kende hem niet. Eerst dacht ik
nog dat hij iets of iemand zocht, maar het
bleek om mij te gaan. Dagenlang bezocht
hij me, in de ochtend, in de avond, voor en
na zijn werk. Ik gaf hem wat te drinken en
eigenlijk spraken we nauwelijks met elkaar.
Later bleek dat hij het Soendanees vloeiend
beheerste en dat zijn 'gestuntel' slechts ge
speeld was. Hij wilde weten hoe ik en mijn
familie over hem dachten. Maar ondertus
sen begon ik geleidelijk aan steeds meer
liefde voor hem te voelen.' Ondanks dat
Anins man al dertig jaar is overleden, is die
liefde tot op de dag van vandaag aanwezig,
vertelt ze.
Gelukkig
Anin gaat in Mester aan de rivier de Tjiliwoeng
wonen. In de jaren vijftig was het nog een
brede rivier met aan de oevers veel groen en
vruchtenbomen als doekoe, djamoe, kokos en
pisang. 'In de begintijd had ik maar één buur.
Mijn vriendin Sadia, die woont er nog steeds.
Schaamte
De Indische geschiedenis begint met de komst van de eerste VOC-schepen die vanuit
Europa naar de Indische archipel voeren. Deze voorvaderen met hun Europese achterna
men drukten een stempel op dit gebied. Er ontstond in de loop der eeuwen een Indische
gemeenschap die vooral bepaald werd door de mannelijke lijn van afstamming. Koloni
aal bestuur, specerijenhandel, grondstoffenwinning en militair overwicht waren immers
'herenzaken'.
Hoewel de Indische gemeenschap zichzelf vaak door westerse ogen bekijkt, heeft zij ook
een sterke oosterse kant die werd ingebracht door de inheemse vrouw en moeder. Elke
Indische familie kent minstens één Indonesische 'voormoeder' die de Indische mens
meer heeft beïnvloed dan menigeen beseft. En echt niet alleen omdat we van hen leerden
om 'de vrucht van ons af te schillen', onze nagels niet meer na de maghrib te knippen en
dat fijngekauwde beras met kentjoer heilzaam werkt op een gekneusde plek.
Feit is dat het in de koloniale samenleving wijzer was om de rol en betekenis van de In
donesische vrouw (in ieder geval buitenshuis) volkomen te ontkennen. Het kon je status
en carrière negatief beïnvloeden. Zo gebeurde het dat oma's stilletjes via het achtererf
moesten binnenkomen en niet verder kwamen dan de keuken, moeders niet op familie
kiekjes werden gezet en njaï's (de zogenaamde bijvrouwen waarmee Europese mannen
relaties aangingen) naar hun kampongs terugkeerden, wanneer de 'meneer' weer naar
zijn moederland vertrok of elders een betrekking kreeg.
Het lot van de kinderen die uit een verhouding met een njaï voortkwamen, kon twee
kanten op. Of er wachtte hen hetzelfde lot als hun moeder of ze werden door hun vader
erkend. Erkenning betekende vastlegging van een Europese status. Een belangrijk deel
van de Indische groep kent hier zijn oorsprong.
Het regelmatig gehoorde verhaal dat de Indonesische voormoeders geschaakte prinses
sen uit het Indonesische hof zouden zijn, moet helaas naar het rijk der fabelen verwezen
worden. Het is een mythe die mogelijk is ontstaan uit onterechte schaamte.
V
Nu is het een volgebouwde wijk, waar ze
jaarlijks te maken hebben met wateroverlast,
omdat de rivier versmald en vervuild is. Bij de
laatste overstroming zijn veel huizen vernield.'
In Mester is Anin heel gelukkig geweest. 'Ik
kreeg er mijn eerste kind, ik had elke dag aan
loop en maakte plannen om een winkeltje
te beginnen. We zaten niet ver van de grote
weg, waar in de ochtenduren veel Djakarta-
nen langskwamen op weg naar hun werk. Die
moesten allemaal eten.'
Belangrijk
Zoals zovelen moet ook Anin eind jaren vijftig
Indonesië verlaten. De problemen stapelden
zich op. Ze maakt zich zorgen om haar man
en de toekomst van haar kinderen. In de film
zegt ze: 'Ik dacht dat het verblijf maar voor
even was. Eén jaar, twee jaar hooguit. Ik wist
niet dat het voor altijd zou zijn.'
Toen Anin in Budel aankwam en van daaruit
naar het eerste pension vertrok, heeft ze lang
getwijfeld of haar kinderen haar moederland
ooit konden bezoeken. 'Die zijn er inmid
dels meerdere keren geweest. Ze kennen de
familie, ze spreken de taal en weten welke
plekken belangrijk zijn geweest voor mijzelf
en mijn man. Dat is wat ik ze, zonder het op
te dringen, heb willen meegeven.'
*kMS6
mei 2007