'Ai regende het buiten, de stenen die door de huiskamer rolden waren altijd droog.' vertelt mevrouw Pichel,'maar ja, dat wisten wij dus niet. Je hoorde wel eens vreemde ver halen... het komt door dat land zelf. De mystiek is er zo sterk,"dingen"gebeuren daar gewoon.' Louis Couperus schrijft er ook over in zijn klas sieker De stille kracht, waarin rond een nuch tere Hollandse resident en zijn gezin allerlei raadselachtige verschijnselen optreden. Van de televisieverfilming van deze roman vergeet niemand meer de mandikamer-scène waarin de vrouw van de resident wordt bespuwd met sirih terwijl zij meende alleen in de badruimte te zijn. En ook in dit verhaal lijken stenen vanuit het niets te worden gegooid. Vermoe delijk was Couperus geïnspireerd geraakt door een officieel overheidsdocument dat gaat over een soortgelijk verschijnsel in Soemedang in 1831. In dat verslag wordt geschreven over een stenenregen binnenshuis die zestien dagen lang duurde en waarvan verschillende mensen getuige zijn geweest. De stenenregen bleef ook bij de familie Pi- chel doorgaan. Wekelijks op dezelfde dagen rolden zij door het huis terwijl hun herkomst onduidelijk bleef. Het begon altijd tijdens de schemertijd, tussen vijf en zes uur 's mid dags wat niet geheel toevallig is. Als de zon ondergaat en de duisternis intreedt, breekt de tijd van de geesten aan, zo gelooft men. Mevrouw Pichel's andere broertje (toen 17) kwam ook in die weken bij hen logeren. Zij vertelt: 'Op een dag was hij in de huiskamer aan het strijken. Ik en mijn schoonmoeder waren er ook. We hadden hem over de stenen verteld en hij, stoere tiener, begon te schreeuwen: "Smijt maar, ik ben niet bang!" Hij had het amper uitgesproken toen lotseling een recht op afkwam. We zagen de steen zo uit de muur voor ons verschijnen. Vlak voor dat hij mijn broertje zou raken, week de steen plotseling af en belandde tegen de slaapkamerdeur, een fikse deuk achterlatend. De haren van de hond stonden rechtop. Wat was er gebeurd als die steen niet was afgeweken?' Mevrouw Pichel werd nu echt bang Hels kabaal Zij geloofden nooit zo de mysterieuze verhalen die in hun omgeving rondgingen over allerlei onverklaarbare verschijnselen en geesten. Maar nu had de familie Pichel er zelf ook opeens mee te maken. Meneer Pichel bleef volhouden dat er vast een logische verklaring was. Geregeld ging hij met een bajonet naar buiten, op zoek naar wie toch steeds die ste nen gooide maar trof nooit iemand aan. 's Avonds durfde zijn vrouw niet meer alleen naar het toilet te gaan. 'Je hoorde dan altijd een heleboel kleine stenen op het glazen dak van de toiletruimte kletteren. Maar hoeveel het er ook waren, je hoorde ze vreemd ge noeg nooit uiteindelijk van het dak afrollen. En al regende het buiten, de stenen die door de huiskamer rolden waren altijd droog. En het waren altijd vijf stuks.' Adviezen uit hun omgeving hielpen niet, totdat meneer Pichel op aanraden besloot zout om het huis te strooien. 'Toen wij die avond al in bed lagen, hoorden we rond mid dernacht een verschrikkelijk hard geroffel op de deur en nog meer lawaai in huis', vertelt mevrouw Pichel, 'mijn man ging naar de kamer waar mijn broertje en schoonmoeder liepen, werd duidelijk op hun deur gebonkt, toch zag hij niemand. Hij trof mijn broertje aan met een opgeheven hamer in de handen, klaar voor de aanval.' Meneer Pichel heeft die nacht het huis doorzocht maar kon geen boosdoener voor het helse kabaal vinden. Vlak daarna stonden ze op een dag voor hun huis te praten met een buurvrouw. Het was tegen zessen. Mevrouw Pichel: 'Wij stonden met onze rug naar het huis, de buurvrouw stond tegenover ons. Tijdens het praten trok zij plotseling wit weg. Ze vertelde ons dat toen zij toevallig ons huis inkeek, zij een zwartharige hand uit een van de kamers zag komen. Het gooide een steen die zo naar buiten rolde.' Het zout strooien had kennelijk niet geholpen. Niet veel later kreeg meneer Pichel een nieuwe baan bij een houtzagerij in Borneo. Het mysterieuze stenengooien was niet de hoofdreden voor hun verhuizing, maar toch, tot hun opluchting verhuisde het niet met ze mee. De zwevende jurk, de zwartharige stenengooiende hand, nog steeds hebben ze geen idee wie of wat dat kon zijn en waar het vandaan kwamen. 'We vertellen dit verhaal aan wie het horen wil, maar als ze er niet in geloven verklaren ze je voor gek', zegt me vrouw Pichel glimlachend. Ook meneer Pichel lacht ontspannen. Hoe vreemd het toen ook was in Soerabaja, ze hebben het gebeuren een plek in hun leven kunnen geven en hebben ge lukkig nooit meer zomaar stenen zien rollen. 28 moesson

Moesson Digitaal Tijdschriftenarchief

Moesson | 2007 | | pagina 28