s? het buitenland iv 'Toen mijn kinderen het huis uit waren, dachten mijn vrouw en ik: Goh, misschien is het weer tijd om naar te gaan' De ambassadeur nodigt me uit voor de lunch, in de tuin aan de rand van het zwem bad. Daarna trekt Peter Schönherr zich terug om zich te verkleden. Hij heeft een afspraak met het hoofd van de Rwandese veiligheidsdienst. Ambassadeur of niet, hij staat er op mij een lift te geven naar mijn logeeradres. Zo bevind ik mij even later in de officiële Mercedes met Nederlandse vlag op de kap en salueer ik automatisch ten afscheid terug naar de geüniformeerde wachten die de poort openen. gegaan en daarna kon ik studeren met een studiebeurs van de KPM, de oud-werkgever van mijn vader. Mijn studiekeuze, culturele antropologie, heeft best iets te maken met mijn Indische achtergrond. Ik heb daarnaast ook politieke wetenschappen gestudeerd en internationale betrekkingen. Na een aantal jaren als wetenschappelijk medewerker, heb ik die studies gecombineerd en ik ben op mijn dertigste bij Buitenlandse Zaken terechtgekomen. Mijn vrouw Yvonne, die in 2004 is overleden, was arts en wilde haar eigen carrière maken. Dat betekende in Ne derland blijven. Na wat spelingen van het lot en toen mijn vrouw er wel aan toe was, ben ik vijf jaar gedetacheerd geweest in India, als hoofd van de afdeling ontwikkelings samenwerking. Eén van de mooiste banen die je kan krijgen. Daarna zijn we terugge keerd in Nederland. Toen mijn kinderen het huis uit waren, dachten mijn vrouw en ik: Goh, misschien is het weer tijd om naar het buitenland te gaan. Mijn werk als inspec teur van de Buitenlandse Dienst bleek een goede springplank om eerst ambassadeur te worden voor Zambia-Malawi en nu voor Rwanda-Burundi.' Voelt u zich Indo? 'Het blijft wel, maar in alle eerlijkheid, in vergelijking met mijn broer en mijn zus is het een vernisje. Ik interesseer me echter duide lijk voor het Indische, vandaar dat ik zo'n boek koop (hij wijst op het boek De geschiedenis van Indische Nederlanders dat op tafel ligt). Ik bezit meer van die boeken. Met het ouder worden krijg ik meer interesse, dat is een algemeen proces, geloof ik. Toen mijn broer en zus eind jaren vijftig in Nederland kwamen, woonden zij daar waar heel veel Indische mensen woonden. Hun verjaar dagen gingen op zijn Indisch, met al dat eten en heel veel bezoek. Maar onder elkaar gingen ze dan praten over die soos daar en daar, over Tjalie Robinson, waar je het lek kerste ijs liling kon kopen. Dat ging aan mij voorbij. Mijn broer vertelt mij er nu graag over. Als ik bij hem op bezoek kom, krijg ik ook steeds weer iets uit het verleden. Laatst kwam hij met een foto van de grootvader van mijn moeder. Mijn broer wist tijdens de Japanse bezetting bui ten de kampen te blijven. Na een spoedcursus hbs heeft hij op jonge leeftijd als luitenant gediend bij het Knil en aan de politionele acties deelgenomen. Dat is een jeugd die je iemand niet graag toewenst. Voor het slapengaan vertelde mijn vader, in tegenstelling tot wat je wel eens elders hoort, verhalen over hoe het toeging in het Jap penkamp. Ik was maar een kleine knul en kon daar soms niet tegen.' U bent op 21 februari zestig geworden, de pensioengerechtigde leeftijd nadert, hoe lang bent u hier nog ambassadeur? 'Dat ligt er een beetje aan, in de regel wordt een ambassadeur aangesteld voor vier jaar. Ik ben 1 oktober 2005 hier begonnen. Dat bete kent dat mijn termijn er op zit als ik tweeën zestig ben. Daar kan nog een jaar aan worden vastgeplakt. In ieder geval is het zo dat ik daarna in principe geen ambassadeur meer kan worden, omdat je alleen maar die functie krijgt als je de hele termijn kan uitdienen. Ambassadeur worden in Indonesië zit er dus niet meer in. Maar niet getreurd, er zit daar een ongelooflijk goede man, Koos van Dam.' Wat zou u graag zien willen gebeuren tij dens het vervolg van uw ambtsperiode? 'Om terug te komen op je eerste vraag, je zou inderdaad kunnen zeggen, jee wat een grote ambassade hier, met ruim 35 mensen. In andere landen met zo'n ambassade is een bedrag van 30 tot 35 miljoen euro gewoon. Maar dit is tegelijkertijd ook de ambassade voor Burundi. Ik weet dat het budget de komende jaren zal worden opgeschroefd en dat kan gemak kelijk. Er valt hier genoeg te doen. Rwanda is het meest stabiele land in de regio, het land ontwikkelt zich in een enorm tempo. Als donoren spelen we daar een belangrijke rol in. Duidelijk is dat Rwanda in de drivers seat zit, wij kunnen niet zomaar bepalen wat het land doet. Zo hoort het ook. De kwaliteit van de mensen hier op de hoge en gemiddelde niveaus is hoog. Natuurlijk, het gaat om het geld van Nederlandse belastingbetalers, dat is een grote verantwoordelijkheid, dus overleg moet er zijn. Als ik wegga in 2009-2010, dan denk ik dat er hier enorm veel is gebeurd, ook richting mensenrechten, vrijheid van meningsuiting, vrijheid van pers en hoe het parlement werkt. Economisch zal het land een grote sprong voorwaarts maken. Ik hoop dat ik mag mee maken dat het Nederlands bedrijfsleven hier veel gaat doen.' juli 2007 45

Moesson Digitaal Tijdschriftenarchief

Moesson | 2007 | | pagina 45