DE DRIE DIE ONS VERLEDEN VASTHOUDEN Als alle Tong-Tongers een handje helpen KONINKLIJK INSTITUUT VERZAMELT EN BEHEERT ALLE FOTO'S EN BRIEVEN VAN PLAATJES EN MAATJES reuze scheiding is onnatuurlijk; "beide na men zijn verenigd in mijn persoon. Dat ik toch behoefte voelde aan twee na men is meer om een accentverschil aan te duiden. "Overigens is het geen probleem zijn niet-literaire persoonlijke documenten. Als dagboeken, memoires brieven, oude foto's te schrijven herinneringen, op de band op te nemen gesprekken, curiosa zoals advertenties, menu's, balboekjes, feestpro gramma's brochures, boeken. Haast niemand beseft welk een grote histo rische waarde deze documenten hebben en we mogen van geluk spreken, dat er hier in Nederland een Rijkssubsidie beschikbaar is gesteld voor het werk van Rob Nieuwen- huys In Engeland bijv. is men al veel langer be zig met het verzamelen van wat men noemt "records of the Empire". Oxford University richt zich op India en Afrika; St. Anthony's College op het Midden-Oosten. De staf die eraan werkt is daar aanmerkelijk groter, het beschikbare budget ook. Men kan daar reizen maken naar de landen, die eens de Dit zijn de drie: v.r.n.l.: R. Nieuwenhuys (E. Breton de Nijs), Maus Rugebregt en Frits Jaquet, alle drie "Kinderen van het Land van de Bruine Rivieren", die orde gaan brengen in de chaos van nagelaten brieven, verhalen, rapporten, foto's uit ons Oude Indië. Tussen de heren in: "Saidjah en Adinda"de glatiks. waar Nieuwenhuys voortdurend mee wor stelt. Alleen achteraf als een boek af is, piekert hij wel eens wie van de twee er het meest in naar voren komt en onder welke naam het boek gepubliceerd moet worden. Sommige lezers weten wel een oplossing. Bij de boekhandel Tong Tong is soms de vraag naar: "Vergeelde Portretten" van Rob de Nijs... Zeer ruim gezegd behelst het werk van Nieuwenhuys en zijn medewerkers "het on derzoek naar de Indische geschiedenis'', echter niet op politiek en economisch ge bied; die terreinen zijn voldoende beschre ven. Het gaat erom zo goed mogelijk weer te geven wat men dacht en voelde. Dit kan men voor zover men van "voldoenig" kan spreken, voor een deel vinden in de bellet trie, die een afspiegeling is van het sociaal- culturele leven. Een mooi voorbeeld is "Anak Kompenie" van Lin Scholte, dat - voor het eerst - het tangsileven van binnen uit beschrijft. PERSOONLIJKE DOCUMENTEN Maar misschien van nog veel meer belang koloniën waren en ook daar materiaal ver zamelen. Ook Nieuwenhuys h,oopt eens over voldoende gelden te beschiken om naar Indonesië te reizen. Maar dat is voor lopig nog toekomstmuziek en zo'n reis vereist trouwens een enorme voorbereiding. De oorsprong van al dit werk ligt in eerste instantie bij Nieuwenhuys zelf. Van huis uit is hij Neerlandicus, maar langzamerhand meer historicus geworden. Na zijn vertrek naar Holland richtte zijn belangstelling zich hoofdzakelijk op Indië. "Mijn moeder was een Indische, door haér voel ik mij sterk aan Indië gebonden. Hier in Holland werd ik mij pas goed van mijn verleden bewust en voelde ik een soort behoefte om, zoals de schrijfster Beb Vuyk dat zegt, terug te keren naar de wortels van mijn bestaan". Door zijn werk aan de boeken "Vergeelde Portretten" (een op de Indische familie van zijn moeder geïnspireerde roman) en "Tem po Doeloe" (een foto-boek) werd het hem duidelijk hoe hij verder zou gaan. Beide boeken publiceerde hij onder de naam Bre ton de Nijs, maar de Nieuwenhuys-kant in Ruim een half jaar geleden verhuisde het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land en Volkenkunde van een statig pand in Den Haag naar een hypermodern Uni versiteitsgebouw in Leiden. Komend met de trein is de tien verdiepingen tel lende kolos al vanaf het perron te zien; opvallend door zijn domineerende grootte, helaas niet vanwege een fraaie vormgeving. Hoe is het mogelijk, achter de ramen op de 5e etage in dit vooruitstrevende, op efficiency gerichte gebouw wordt materiaal verzameld van een kleurrijk koloniaal verleden, worden vergeelde portretten uit tempo doeloe keurig genum merd opgeborgen in stalen archiefkasten. Het is allemaal wat moeilijk te combineren onwillekeurig stel je je mensen, die in het verleden snuffelen altijd voor tussen bruin houten meubilair, achter stapels paperas sen, dik onder het stof. Zo is het ongetwij feld wel begonnen. Het Koninklijk Instituut bestaat al meer dan 100 jaar en houdt zich voornamelijk bezig met het verzamelen van materiaal en het uitgeven van boeken, beide met betreking tot de autochtone be volkingsgroepen in de tropengebieden. Sinds 1962 is er een geheel zelfstandig werkende afdeling bijgekomen, die onder leiding staat van de auteur E. Breton de Nijs. Samen met zijn twee assistenten Maus Rugebregt (ex redactie Tong Tong) en Frits Jaquet stelt hij een onderzoek in naar de koloniale historie. Het is voor een gesprek over deze afdeling dat ik 5 beton nen trappen bestijg, de ene lift was net weg, de ander blijkt buiten gebruik. Wat mistroostig door al het functionele grijs ar riveer ik bij het naambordje R. Nieuwen huys, voor wie het nog niet mocht weten: de werkelijke naam van Breton de Nijs. Dan ineens zie ik de eerste opvallende kleur in al het bedaagde grijs: op een rode strip staat in witte letters: "Sai'dja en Adinda". Binnengekomen ontdek ik dat het twee springlevende glatiks zijn, die naar deze beroemde namen luisteren. Er is hier trouwens meer dat "tropisch" aandoet. De stalen bureaux zijn geworden tot achter grond van een gezellig rotan zitje, er ligt een kleurig kleed op de vloer, langs de wand staan plantenbakken en aan de muur hangt een Kembang Sepatoe, geborduurd door Fried van Bommel van de KWIII. (We zijn op een of andere manier "thuis"). Het duurt niet lang of we zitten allemaal met een gloeiend hete beker koppie-toe- broek en meteen in het eerste probleem. DUBBELE IDENTITEIT 'Naast de deur van uw kamer staat R. Nie- wenhuys, de meeste lezers van Tong Tong kennen u als Breton de Nijs, als wie zit u hier nu, want onder beide namen heeft u boeken gepubliceerd." "In de eerste instan tie lijkt het nogal gemakkelijk een scheiding te maken: "bij het onderzoek van de Indi sche geschiedenis ben ik Nieuwenhuys, bij het werk waar ik sterker emotioneel bij betrokken ben, Breton de Nijs". Maar Bre ton de Nijs blijft een element ook bij het meer "wetenschappelijke" werk, dat Nieu wenhuys doet. Omgekeerd is het zaak ook zo objectief mogelijk te blijven. Een rigou- 12

Moesson Digitaal Tijdschriftenarchief

Tong Tong | 1967 | | pagina 12