JARIG IN DE MAAND JUNI Anak Djokja wordt Kasteelheer 4 i HET MEISJE UIT NIET VERGETEN. Emilie van Hout-lntveld. Oma let. Frans Pereira. Joh. Frans Rhemrev (verlate opgave). ZICH LATEN KENNEN... In een gesprek met een Indische dame over sarong-en-kebaja, Jiet zij zich op een gegeven moment ontvallen: "Nee, ik vind: je laat je zo kénnen!..." Dat zijn van die opmerkingen, waar ik werkelijk vele minuten lang met stomheid door geslagen kan zijn. Terwijl vele vragen m'n hoofd doorkruisen als: a. als deze mevrouw hiermee dus zeggen wil dat ze in sarong en kebaja gekleed is zoals ze hóórt te zijn (want ze laat zich er immers voor kennen - het is een iden tificatie!), dan is de andere (Europese) kleding die ze nu dus draagt een maskera depakje, ón-echt; waarin ze niet gekend wordt. Hoe voelt ze zich eigenlijk in deze eeuwige maskerade? b. als ze er in dat "gekend worden" in sarong-en-kebaja een voor haar ongunstige betekenis zit, dan is ze kennelijk niet van verfijnde of gedistingueerde komaf, want als ze adelijk bloed in de aderen had, een raden ajoe was of zo, zou ze het juist prachtig gevonden hebben, in sarong en kebaja herkend te worden voor wat ze is. c. Als ze van "baboe-komaf" is, voelt ze zich natuurlijk door sarong-en-kebaja "ver raden", en paradeert liever als "lady of distinction" (en zit ze alleen nog met dat ellendige "verraad" van haar bruine huids kleur) maar ontegenzeggelijk wéét ze voort durend dat ze onecht is (anders zou ze zich immers niet willen "laten kennen"); hoe houdt ze dat vol? d. deze dame zit eeuwig in het conflict van óf Europees óf Indonesisch zijn, terwijl ze geen conflict hoeft te hebben als ze maar gewoon eerlijk INDISCH wil zijn. Daarin zit ze dus in hetzelfde schuitje met duizenden anderen Indischgasten op vele andere terreinen (lectuur, voeding, muziek, enz.); hoe lang blijven ze gespleten? Eens liep ik achter een heupwiegende bijzonder welgevormde Italiaanse of Spaan- 20 Toen ik in 1953 in Bogor vaak aankeerde bij de schilders Ernest Dézentjé en Oemar Basalmah, was in dezelfde straat waaraan Nes Dézentjé woonde ook een heel jonge schilder gevestigd, Willy Halewijn. Geboren in 1927 te Djokja was hij reeds op zijn 15de jaar 'achterhaald" door de Tweede Wereldoorlog en had de eerste jaren van zijn groei moeten doorbrengen in krijgsgevangenkampen en in een woelige "bersiaptijd" daarna, waarin menige jonge vorming zwaar werd beproefd. Maar Willy Halewijn tekende en schilderde dwars door alle tegenslagen heen, vestigde zich al gauw als vrij man en greep overal zijn kan sen aan om zijn ontluikend talent te trai nen: in Amsterdam, Den Haag, Parijs, Ma kassar, Djakarta, Sydney, Bogor, Bandoeng. Als ook hij tenslotte toch zijn géboorte- land verlaten moet, trekt hij naar Jordanië en daarna naar Italië, waar hij o.m. expo seert in het Palazzo delle Esposizione. Daarna Montmartre, Orrouy en London: ex positie in de Galeries of the Federation of British Artists. se dame aan ergens in Amsterdam. (Tussen twee haakjes: er zijn mannen die beweren dat ze daar blind voor zijn. Geen mens kan blind zijn voor essentiële schoonheid. Of hij is "ziek".) Maar goed: ik dacht er geen seconde aan in deze gracieuze modieus geklede buitenlandse dame een Indisch een meisje te herkennen... tot ze opeens even slipte over een pisangschil of zoiets en haar half in een gilletje ontsnapte: "Eh-tjoprot!" Die dame liet zich ook kennen! Nooit wordt welke comedie ook in het leven volmaakt gespeeld. God heeft ons met een bepaalde natuur geboren doen worden en die natuur verloochent zich nooit. Mijn Tjang liep in Javaanse kleder dracht en was een dame. Mijn moeder in Indische klederdracht en was een dame. Ze hoefden zich niet "te laten kennen", omdat ze precies waren wat ze waren! En dat is in de laatste tijd van koortsachtig veranderende mode-stijlen vaak verbijste rend zoek. Het échte meisje - de échte dame. Het is als met het moderne professionele supervoetbal, waarin massa's beroemde spelers niet sportief zijn en geen man zijn, waardoor zelfs een wereldtournooi een schaamteloze vertoning wordt van aansstel- lerij, goocheme trucjes, lafheid, huilebalke- rij, simulering-als-succesmethode, enz. enz. THE GENTLEMAN AND THE MAN ARE GONE IN MODERN SPORT, zei een door en door "gaaf" mens als Gene Tunny on langs. En na een halve eeuw is bewezen wat professor Huizinga voorspelde: nu heeft zich voltrokken de encanaillering van de sport. Techniek jagen en geld jagen... het is droevig. Oef, deze moderne superwereld! Hoezeer laten de massa's zich daarbij toch wel kennen!... T.R. Willy, de zwanen, het kasteel Tenslotte terug naar Nederland, waar hij in Oud Valkenburg de beschikking krijgt over Kasteel Genhoes, waarin hij zijn "Mu seum Halewijn" inricht, een trekpleister voor steeds meer toeristen. In het vriendelijke Valkenburg ligt iets buiten de stadskom dit wonderlijke kasteel, dat behoort tot de oudste van Nederland (het is even oud als het geslacht der Oran jes van vóór 1000!), compleet met slot gracht en zwanen, kelders met gewelven en naar men zegt zelfs een kasteelspook! Daar vinden alle gasten een vriendelijk onthaal en schoolvriendinnen van Willy's nicht Edith Halewijn (Malang) kunnen er ook nog gezellig oude herinneringen opha len. Ook met de heer en mevrouw Kempf die Willy in zijn werk assisteren. moessO" EEN EWöTE KEUZE UIT DE DUIZEND-EN-EEN B'JDBAöEN VOOP TONöTONO van ^EHEJ3<\ZADE.S NAM OUD- JNDIE.'

Moesson Digitaal Tijdschriftenarchief

Tong Tong | 1967 | | pagina 20